In onze bibliotheek staat: “De munten van de Bourgondische, Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden, en van de Franse en Hollandse periode (1434-1830”. Deze geweldige uitgave van Hugo Vanhoudt raadpleeg ik altijd als ik wat wil weten over een munt uit onze streken uit die tijd. Het boek stelt me nooit teleur. Ik lees het ook heel graag ‘zomaar’, als muntliefhebber.


De Keizer met de Habsburgse kaak
In Hugo’s boek zag ik een zilveren Karolusgulden, de eerste grote zilveren betaalmunt in onze streken, geslagen tussen 1542 en 1552, Op de voorzijde staat ‘onze’ Keizer Karel V, als Hertog van Bourgondië en Hertog van Brabant. De munt is een meesterwerkje van toegepaste kunst. Als je geschilderde portretten van Karel V bekijkt zie je dat hij een heel vooruitstekende ‘Habsburgse’ kin heeft. Het muntportret toont die ook. Het laat zien hoe de Keizer er ‘in het echt’ uitzag. Het was het eerste realistische portret van een vorst uit onze landen.

Realistische muntportretten
Ik vroeg me af of de muntportretten van Karels opvolgers in onze streken ook zo realistisch waren. Inderdaad bleek het portret van zijn zoon Filips II op diens zilveren Filipsdaalder van 1561-1563 ook met een geprononceerde kaak. Er was geen poging gedaan de portretten van vader en zoon fraaier te maken. Tot de inval van de Fransen in 1795 werden onze vorsten op hun munten in onze streken afgebeeld zoals ze ook in het echt waren. Waarom was dat?

Waarom realistisch?
Karel V en Philips II leefden in de Renaissance, een tijd met grote belangstelling voor vooral het Romeinse Keizerrijk. De Romeinen vonden dat hun Keizers en andere belangrijke personen afgebeeld moesten worden zoals ze er ook echt uitzagen.  Dat idee sloeg aan in de Renaissance. In die tijd nam de beeldende kunst een enorme vlucht. Ook de kunst om goedgelijkende portretten op penningen en munten te maken, steeg tot grote hoogte. Extra gunstig was voor onze medailleurs dat er in de 16de eeuw veel zilver werd gevonden in Europa maar ook in de Nieuwe Wereld.

Grote zilvervondsten
In 1516 werden in Bohemen rijke zilveraders ontdekt. Ook de Spaanse kolonie Mexico bleek overvloedig zilver te hebben. Omdat er veel meer zilver beschikbaar was, konden de platen voor de zilveren muntslag veel dikker gemaakt worden. Daardoor konden de medailleurs veel meer reliëf aanbrengen in hun muntportretten, wat de mogelijkheden om een portret te maken enorm verruimde.

Realistisch tot 1794
De laatste grote munt met een portret van onze landsheer voor de Franse tijd was een zilveren kroon van 1794 met Keizer Frans II. Hij was de laatste vorst over de Oostenrijkse Nederlanden, zoals onze streken toen heetten. In 1795 trokken de Fransen ons land binnen. Alles veranderde, ook onze munten. Die kregen gestileerde of zelfs geïdealiseerde portretten.