Het is bijzonder om te realiseren dat munten al milennia gebruikt worden door de mensheid. De eerste munten werden onafhankelijk van elkaar op drie plekken uitgevonden, zo’n 2500 jaar geleden. Sinds die tijd zijn munten onlosmakelijk verbonden gebleven met de opkomst en ondergang van samenlevingen. Dat maakt munten ook zo bijzonder; het zijn kleine kijkdozen in de geschiedenis van de mens, historie tastbaar gemaakt.  

Sinds het begin van de munt is het concept weinig veranderd; kleine objecten van metaal, die vooral voor handel gebruikt werden. Zo rond 700 v. Chr werden China, India en Lydië munten geslagen. Vooral de Lydische munten zou de standaard worden in de westerse wereld, mede door de latere overheersing van de Grieken en, uiteindelijk, Alexander de Grote.  Deze eerste munten werden geslagen uit elektrum, een natuurlijke legering van goud en zilver. Al vrij snel ontdekten de Lydiërs hoe ze het goud en zilver van elkaar konden scheiden. De mens is sindsdien bezeten geweest van deze glimmende edelmetalen in hun munten.

De munt kreeg al snel de vorm die tot op de dag van vandaag heeft; een rond plaatje metaal met een middellijn tussen 1,5 en 4,0 centimeter met op de voorzijde een kop en aan de keerzijde een zinnebeeldige voorstelling, meestal met een tekst eromheen. Hoewel gegoten munten ook in Europa en Klein-Azië voorkwamen, werden de meeste munten er geslagen: een plakje metaal, al dan niet verwarmd, wordt in een matrijs geplaatst en onder hoge druk of met grote kracht wordt er een afbeelding in geperst of geklopt.

Onvoorstelbaar dat we nog steeds soortgelijke manieren van munten slaan als 2500 jaar geleden, al zijn de moderne slagmethoden een stuk nauwkeuriger. Niet veel ouder dan het gebruik van munten is het bestaan van het verzamelen van munten.