Hoe de Noorse goudreserves uit handen van de Duitsers bleven

Het lijkt wel een spannende oorlogsfilm. Een dunbevolkt land met een klein leger wordt onder de voet gelopen door een leger van een veel groter land. Het aanvalsleger is ook nog eens veel beter en moderner bewapend. Het kleinere land probeert uit alle macht zijn goud uit de handen van zijn overweldiger te houden. Het goudtransport bereikt na veel omzwervingen nog net op tijd een haven waar het wordt overgeladen op een schip van een bevriende natie. Dat doorstaat op de vaart naar huis nog 2 luchtaanvallen van de vijand.

Dit verhaal is niet het plot van mijn eerste film! Het gebeurde in Noorwegen. De Noren wisten in 1940 hun totale goudreserve van 53.000 ton uit handen van de Duitsers te houden. De Noorse Centrale Bank bewaarde dit goud in de vorm van goudbaren en gouden munten in zijn kluizen. De huidige waarde in euro is ongeveer € 825.327.000. De Duitsers probeerden deze buit met man en macht te pakken te krijgen.

9 april 1940: Inval in Noorwegen
In 1933 won Adolf Hitler en zijn
Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NDSAP) de Duitse verkiezingen. Hij werd Rijkskanselier. Op 7 maart 1936 bezette hij brutaalweg het gedemilitariseerde Rijnland. Hij kwam er mee weg. Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten ondernamen geen actie om deze bezetting ongedaan te maken. De oorlogsdreiging nam toe. Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen binnen. De Tweede Wereldoorlog was een feit.

Ik denk dat vele Noren gehoopt hebben dat hun land en zijn inwoners buiten deze oorlog zouden blijven. Dat hoopten velen in ons land ook. Helaas, op 9 april 1940 stoomde een Duits Eskader van 14 oorlogsschepen op naar de Noorse hoofdstad Oslo. Dezelfde dag nog bezetten hun troepen de stad.

Goud op drift
Terwijl de Duitse soldaten al in de stad waren, werd in allerhaast de hele Noorse goudreserve op 26 vrachtwagens geladen. De laatste trucks reden net op tijd de stad uit naar Lillehammer,180 km ten noorden van Oslo. Daar bleek het goud niet veilig. Uiteindelijk bereikte het kostbare transport per spoor, over het water en over de weg op 25 mei 1940 Troms
ø[HO1] , een havenplaats in Noord-Noorwegen op 1.148 km afstand van Oslo. Onderweg werden de transporten bestookt door de Duitsers, ook vanuit de lucht.  Van Tromsø[HO2]  bracht de kruiser Enterprise het goud naar Engeland. Later ging het naar Canada en de Verenigde Staten. Koning Haakon VII, Kroonprins Olav en de Noorse regering verlieten Tromsø[HO3]  op 7 juni 1940 aan boord van de Britse kruiser Devonshire. Ze gingen in ballingschap in Engeland. Vorsten en regering keerden bij de bevrijding van Noorwegen in 1945 in triomf terug uit Londen. Bij het vervoeren van het goud ging alleen een vat met 297 goudstukken verloren.

Een gouden 10 Markkaa uit de Noorse goudreserves en een gouden Belgische 20 Frank uit 1882

Ik ben er fier op dat het Belgische Munthuis 27 Finse gouden 10 Markkaa-munten met jaargang 1904 uit dit Noors goudtransport van 1940 heeft bemachtigd voor onze klanten. Wij bieden deze munt aan samen met een 20 Frank van onze Koning Leopold II uit 1882, de laatste jaargang van de munt. Veel van deze 1882 gouden 20 Franken zaten in de Belgische goudreserves van 600 ton. 400 ton werd op tijd in veiligheid gebracht in de VS en Canada. 200 ton kwam in Frans Equatoriaal Afrika terecht. Na de bezetting van Noord-Frankrijk eisten de Duitsers dat goud op van de Franse regering. De Fransen hebben ‘onze’ 200 ton goud inderdaad overhandigd aan de Duitsers. Daarmee was de Belgische staat 1/3e van zijn goudreserves kwijt. De gouden 20 Frank 1882 in uw set symboliseert de lotgevallen van dit deel van onze goudreserve in de Tweede Wereldoorlog. Ik beveel deze set warm bij u aan!