Goud is iets dat al millennia lang een rol in het leven van de mensheid speelt. Al sinds de tijd van de oude Egyptenaren rond 3500 voor Christus waren mensen bezig met het verzamelen en bewerken van goud. Sinds die tijd grofweg 5500 jaar geleden is het edelmetaal nooit meer uit het leven van mensen verdwenen. Waar de wereld sinds die tijd ontelbare veranderingen heeft ondergaan is de rol van goud altijd hetzelfde gebleven. Het metaal laat rijkdom zien, het metaal blijft mooi zelfs na vele eeuwen. Een betrouwbaar metaal, een sterk metaal, een zeer fraai en een waardevast metaal. Het is dan ook niet gek dat mensen al die tijd naarstig op zoek is geweest naar dit goud. Het is per slot van stuk gewoon te in de grond te vinden, als je tenminste weet waar je moet zoeken.

Waar de honger en de zoektocht naar goud nooit is opgehouden in de geschiedenis zijn er een aantal gebeurtenissen waarbij de zoektocht en honger naar goud voor een korte periode gigantisch toenam. Deze enorme toename staat ook wel bekend als een ‘gold rush’, een goudkoorts. Dit koorts is zeer besmettelijk en kan soms tot rijkdom leiden. Het principe is heel simpel. In een bepaald gebied wordt naar verluidt goud gevonden, deze informatie verspreidt zich snel en binnen de kortste keren komt er een enorme stroom van mensen op gang die snelle rijkdom voor zich zien. Wie zou er geen goud willen oprapen als het voor het grijpen ligt? Deze goudkoortsen bleken alleen niet altijd even succesvol. 

Drie van de bekendste goudkoortsen uit de geschiedenis zijn de Californische goudkoorts, de Australische goudkoorts en de goudkoorts van Klondike. De goudkoorts van Californië begon in 1848 nadat James W. Marshall bij de American River vond. Het nieuws van de vondst verspreidde zich snel over de hele wereld. Honderdduizenden trokken op goed geluk naar Californië om goud te zoeken en zo snel rijk te worden. De bevolking van Californië nam door deze immigratie enorm toe. Waar tegenwoordig de Amerikaanse staat een kleine 40 miljoen inwoners heeft was dat in 1847 nog geen 100.000 mensen. Tussen 1849 en 1856 groeide de bevolking tot een half miljoen vanwege alle goudzoekers. Het goud zoeken was hard werk. Je kreeg 15 dollar voor een Ounce goud, 31,1 gram. Daar moest je 160 emmers met aarde voor zeven. Het leven was gigantisch duur. Een paar laarzen kostte 100 dollar, daar moest je dus bijna zeven Ounce goud voor vinden. Zakenmensen die goederen voor levensonderhoud verkochten, werden vaak vele, vele malen rijker dan een goudzoeker. Tenzij je een enorme goudklomp vond zoals bijvoorbeeld in 1869 toen er een goudklomp van 49,5 kilo werd gevonden genaamd de Monumental Nugget. Alleen de gelukkigen die zulk soort klompen vond konden zich vaak rijk rekenen.

Slechts drie jaar later zou er weer een grote goudkoorts plaatsvinden, dit keer in Australië. Deze vloeide voort uit de goudkoorts van Californië. In 1849 reisde Edward Hammond Hargraves van Australie naar Californië om zijn geluk te beproeven als goudzoeker. Hij leerde er technieken om goud te winnen. Het viel hem op dat het landschap in Californië waar goud werd gevonden erg leek op bepaalde gebieden in Australië. In 1851 ging hij terug naar Australië. Hij nam mensen in dienst die hij leerde hoe goud te zoeken. Nog hetzelfde jaar vonden hij en zijn mensen inderdaad goud. Dat lokte de Gold Rush naar Australië uit. 400.000 Engelse goudzoekers kwamen naar Australië. Ook in Australië was goud zoeken een zwaar, moeilijk en vaak zelfs levensgevaarlijk bestaan. In de kampementen heerste geen gezag. Er werd gestolen en gemoord. Er was corruptie. Slechte hygiëne veroorzaakte ziekten als dysenterie. Er waren voedseltekorten, wat weer tot honger leidde. Maar ook in Australië was er voor sommigen een moment van geluk. In 1869 vond men in Moliagul in de deelstaat Victoria de kolossale Welcome Stranger nugget. Deze goudklomp bevatte 97,14 kilo goud. Het is de grootste goudklomp die ooit op de wereld is gevonden. De goudkoorts van Australie heeft sindsdien wel een belangrijk rol gespeeld voor de toen nog kolonie van het Verenigd Koninkrijk, Tegenwoordig is het land nog steeds de tweede producent van goud in de wereld.

In augustus 1896 werd voor het eerst goud bij de Klondike-rivier in noordwest Canada gevonden. Klondike is een regio van het Canadese Yukon Territorium. De winters zijn er heel bar. Ze duren van oktober tot juni. In die maanden is reizen vrijwel onmogelijk. Daardoor werd het nieuws van de goudvondsten in Klondike pas in 1897 bekend in de V.S. 100.000 mensen gingen op weg naar het gebied. Uiteindelijk hebben maar een paar honderd goudzoekers een fortuin verdiend met het goud dat ze vonden. Honderd jaar na de Gold Rush naar Klondike, vond men in Alaska een goudklomp van negen kilo. Ter herinnering aan de Klondike Gold Rush is deze goudklomp de Centennial nugget gedoopt: de goudklomp van het eeuwfeest!

Tegenwoordig komen deze goudkoortsen niet meer voor, maar wie weet wat de toekomst brengt. De grote goudvondsten van de drie grote Gold Rushes van de negentiende eeuw spreken nog steeds tot onze verbeelding. Talloze speelfilms en boeken gaan over het harde leven van de goudzoekers tijdens deze ‘goudkoortsen’. Jack London zocht in 1897 in Klondike zonder succes naar goud. Zijn boeken echter met de barre omstandigheden van het leven daar als goudzoeker waren en zijn nog steeds een groot succes. Enkele vergelijkbare gebeurtenissen zijn sindsdien wel voorgekomen. Denk bijvoorbeeld aan de internetbubbel rond de millenniumwisseling. Feit is dat de goudkoortsen een extreme uiting waren van de waardering van goud die in de geschiedenis onverminderd hoog bleef.