Het Belgische Munthuis brengt regelmatige themareeksen uit met munten of medailles. Een van die reeksen is De Bourgondische Aartsvaders van België. Dat waren vier van oorsprong Franse Koninklijke Prinsen die tussen 1363 en 1477 Hertogen van Bourgondië waren. Onze minireeks Bourgondische Aartsvaders eert ieder van hen met een puur gouden baar met wapen en portret.

De vier Bourgondische hertogen van onze streken waren Filips de Stoute van 1364 tot 1404 en zijn zoon Jan Zonder Vrees van 1404 tot 1419. Diens zoon Filips de Goede was Hertog van 1419 tot 1467 en zijn zoon Karel de Stoute van 1467 tot 1477. Ze werden door een geraffineerde politiek de soeverein van praktisch alle gebieden die tegenwoordig België en Nederland vormen. Elk gewest waarover ze de scepter zwaaide had zijn eigen munten in vele waardes van hoog tot laag, van gouden of zilveren munten tot koperen of bronzen

Hoe betaalde je in de tijd van de Bourgondische hertogen?
Dat was ingewikkeld doordat er zoveel verschillende munten waren in die jaren en ook nog lang na hun tijd. Hoe verrekende je bijvoorbeeld als inwoner van Antwerpen met jouw zilveren of gouden Brabantse munten goederen die je in Henegouwen kocht en waarvoor je de verkoper in Henegouwse munten moest betalen? Dan moest je jouw Antwerpse munten omwisselen tegen Henegouwse.
Dat deed je bij een geldwisselaar.

Snoeien en raspen
Dat omwisselen van munten ging niet zomaar. Veel zilveren en gouden munten werden in die tijd vaak gesnoeid. Men haalde er randjes vanaf. Ook haalde men wel zilver of goud af van de munten door ze over een zeef te raspen.  De in gewicht verminderde munten gingen weer gewoon in het betalingsverkeer. Het snoeien is ook de reden dat gouden of zilveren munten van voor 1750 maar uiterst zelden nog helemaal rond zijn.

De geldwisselaar
De geldwisselaar bezat muntgewichtjes die het vereiste gewicht aangaven dat jouw munten moesten hebben. Hij woog de aangeboden munten tegen de standaardgewichtjes. Daarmee stelde hij vast wat de waardevermindering was als een munt gesnoeid was. Dan wist je met hoeveel munten je het bedrag van de rekening kon voldoen.

Pogingen tot regulering van het muntwezen door Filips de Goede.
Hertog Filips de Goede introduceerde in 1434 gouden en zilveren eenheidsmunten in zijn belangrijkste landen Vlaanderen, Brabant, Henegouwen en Holland. Dat waren hele en halve gouden rijders en zilveren vierlanders. Regelmatig zorgden grote schommelingen in de goud- en de zilverprijzen dat de muntslag van deze eenheidsmunten moest worden onderbroken. Filips zoon Karel de Stoute zette de muntpolitiek van zijn vader voort. Hij verminderde wel het goud- en het zilvergehalte van de munten. Dat was nodig om zijn vele oorlogen te bekostigen. Tijdens de jaren van Filips de Goede en Karel de Stoute en nog heel lang na hen, bleven oudere munten volop circuleren naast nieuwe. Pas in 1815 kregen we in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden de Gulden als eenheidsmunt. De Gulden werd in 1832 afgelost door onze eigen Belgische Frank.