NL | FR

De anatomie van een munt

DDe details van een munt onthullen vaak belangrijke feiten over de achtergrond van een uitgifte. In welke periode hij is uitgegeven, door wie, en tegen welke nominale waarde. De hoeveelheid edelmetaal vertelt iets over de welvaart in een bepaalde periode. De volgende kaart laat de basisanatomie van munten zien aan de hand van 20 Frank van Koning Albert I en de Amerikaanse Morgan Dollar.

Verzamelen per reeks


Voorzijde
Dit is de voorkant van de munt. Traditiegetrouw wordt op deze kant van de munt het nationale embleem of de vorst afgebeeld. In het geval van een Republiek vindt u hier over het algemeen het nationale wapen, bij monarchieën de vorst. De voorkant wordt vaak ook ‘kop’ genoemd. Eigenlijk heel vanzelfsprekend aangezien hier vaak het hoofd van de vorst op staat afgebeeld.

Keerzijde
De achterkant van munt bevat naast een gekozen motief zoals de kaart van Europa op Belgische euromunten vaak alle functionele eigenschappen van de munt zoals jaar van uitgifte en land van uitgifte. Ook de nominale waarde van de munt vindt u op deze zijde. Daarom noemt men deze kant ‘munt’.

Het motief
Herdenkingsmunten worden uitgegeven voor een specifiek evenement. Dit type uitgifte heeft dan ook altijd een heel specifiek, origineel ontwerp met bijbehorende opschriften. De motieven van officiële circulatiemunten wordt daarentegen bepaald en vastgelegd door de desbetreffende overheid. Deze motieven liggen vaak ook voor langere periodes vast en groeien zo soms uit tot ware iconen. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan ‘Lady Britannia’ welke decennia lang op de Britse muntstukken stond.

De rand
Op de rand van een munt vindt u vaak een inscriptie of een patroon. Een voorbeeld is de spreuk ‘God beschermt België’ op de rand van de gouden 20 Frank 1914. In andere gevallen is de rand gekarteld of gewoon helemaal glad. Dit laatste ziet u vooral vaak bij herdenkingsmunten.

Land van uitgifte
Op bijna elke muntstuk kunt u de naam van het land vinden waarin de munt een wettig betaalmiddel is. De regering van het desbetreffende land heeft de karakteristieken en nominale waarde van de munt bepaald. Groot-Brittannië is de uitzondering die deze regel bevestigt, maar ook in België stond het uitgifteland niet altijd op het muntstuk aangeduid. Op de 20 Frank 1914 bijvoorbeeld is het land alleen af te leiden uit de titel van de Koning.

Datum van uitgifte
De enige referentie aan tijd die u zult tegenkomen op circulatiemunten is het jaar van uitgifte. Deze munten worden in grote oplages jaar op jaar uitgegeven. Hetzelfde ontwerp, alleen het jaar verschilt.
Op herdenkingsuitgiften kunt u echter ook een hele specifieke datum tegenkomen. Deze datum is gerelateerd aan een specifieke gebeurtenis of herdenking. Doordat de periode waarin dergelijke uitgiften worden uitgegeven zeer beperkt is, blijft de oplage ook vaak zeer beperkt.

Nominale waarde
De nominale waarde staat bij munten vermeld op de keerzijde. Dit is de door de regering van het land va uitgifte gegarandeerde waarde. Dit geldt voornamelijk voor circulatiemunten. Herdenkingsmunten hebben vaak een nominale waarde die gerelateerd is aan de hoeveelheid edelmetaal of de oplage waarin de munt is uitgegeven. Herdenkingspenningen hebben geen nominale waarde. Ook de waarde van deze penningen wordt bepaald door de hoeveelheid edelmetaal, maar bovenal door de verhouding tussen vraag en aanbod.

Het muntteken
In sommige landen zijn er meerdere munthuizen door de regering gemachtigd om munten te slaan. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, waren dit er in bepaalde periodes vijf. Vooral in deze landen laat elk munthuis zijn eigen teken achter, zodat altijd achterhaald kan worden waar een munt vandaan komt. Munttekens zijn vaak een letter en worden ook gebruikt in landen met één munthuis.

Verzamelwaarde
De term ‘verzamelwaarde’ verwijst naar het bedrag dat verzamelaars bereid zijn te betalen voor een uitgifte. De verzamelwaarde van herdenkingsmunten ligt vaak hoger dan de nominale waarde, vooral bij munten van edelmetaal en/of met een zeer beperkte oplage. De verzamelwaarde staat in sommige gevallen dus helemaal los van de nominale waarde die is bepaald door de regering.
Zelfs voor onedele circulatiemunten kan dit gelden. Dit is bijvoorbeeld wanneer er een fout zit een deel van de oplage. Daarnaast betalen verzamelaars vaak ook meer voor een uitgifte wanneer het gaat om de eerste of laatste slag. Voor oudere munten is vooral van belang hoe goed de munt bewaard gebleven is. Meer hierover kunt hier lezen.